Wat is autisme?
Autisme is een stoornis in de hersenen die een kind al vanaf de geboorte heeft. Kinderen met autisme hebben moeite met het omgaan met andere mensen en
dingen. Ze hebben problemen op het gebied van het sociale contact, de communicatie en de verbeelding.
Sociaal contact
Kinderen met autisme hebben moeite met het omgaan met andere mensen. Ze hebben moeite met het sluiten van vriendschappen. Ze begrijpen niet wat de ander
wil en hoe de ander zich voelt en wat van hen verwacht wordt. Ze hebben moeite om zich in te leven in de ander. Hierdoor hebben ze moeite om te reageren
op het gedrag van anderen en maken ze een sociaal onhandige indruk.
Communicatie
Kinderen met autisme hebben vaak moeite met het praten met anderen. Hoeveel moeite ze hier mee hebben, kan per persoon erg verschillen. Sommige kinderen
kunnen helemaal niet praten, andere kinderen kunnen goed praten maar weten niet goed wat alles betekent. Sommige kinderen hebben moeite met figuurlijk
taalgebruik. Als je bijvoorbeeld zegt “ik schrik me een hoedje” kunnen ze niet goed snappen dat je niet echt een hoedje op hebt. Sommige kinderen vinden
het lastig om zomaar met iemand een praatje te maken. Vaak hebben kinderen moeite met de wederkerigheid in een gesprek, ze houden weinig rekening met de ander. Ze hebben bijvoorbeeld moeite om naar de ander te luisteren en praten voor hun beurt of ze houden geen rekening met de interesse en voorkennis van de ander. Ook hebben kinderen vaak moeite met de nonverbale communicatie (oogcontact, mimiek, gebaren).
Verbeelding
Kinderen met autisme hebben vaak een beperkt voorstellings-vermogen. Hierdoor kunnen ze zich niet goed voorbereiden op wat gaat komen, de wereld is
voor hen onveilig. Ze klampen zich vast aan vaste patronen. Dit zorgt voor controle. Ze kunnen vaak moeilijk omgaan met veranderingen.
Sommige kinderen hebben maar een paar interesses waar ze helemaal in opgaan. Ze zijn er heel veel mee bezig en weten er veel vanaf. Sommige kinderen zijn
gehecht aan bepaalde voorwerpen. In hun spel en tekeningen laten sommige kinderen weinig fantasie zien. Andere kinderen laten zich soms meeslepen in hun
fantasie en weten soms niet meer wat fantasie en werkelijkheid is.
Onderzoek
Voorafgaand aan het onderzoek vindt een intakegesprek plaats, waarin de onderzoeker met één of beide ouders bespreekt welke problemen worden ervaren.
Na dit gesprek kan een afspraak gemaakt worden om verder onderzoek te laten verrichten. Besproken wordt hoe het onderzoek er uit zal zien.
Het onderzoek bestaat uit het invullen van vragenlijsten door ouders en school. Het kind komt minimaal twee keer naar de praktijk voor onderzoek.
Tijdens het onderzoek zullen vragenlijsten worden afgenomen en krijgt het kind opdrachten om te doen. De onderzoeker zal hierbij observeren.
Bij jonge kinderen zal spelobservatie gebruikt worden. Wanneer de onderzoeker na het invullen van de vragenlijsten en het onderzoek nog vragen heeft,
zullen ouders nogmaals uitgenodigd worden voor een gesprek. Eventueel kan een schoolobservatie plaatsvinden. Na afloop van het onderzoek zal de
onderzoeker een verslag schrijven. Na een aantal weken vindt het adviesgesprek plaats, waarbij de onderzoeksresultaten besproken worden.
Tarieven
Voor meer informatie, zie Tarieven.